Eerder deelden we een post over het onderzoek naar het rekenonderwijs en de problemen rond het gebruik van 1S (zie: https://lnkd.in/ePN2zNYuArthur Bakker). Vandaag richten we ons op taal, naar aanleiding van het artikel van Karen Heij in Tijdschrift Taal: Hoe referentiekader en toetsing goed taalonderwijs in de weg staan.
Ook op het gebied van taal wordt zichtbaar hoe een technisch ingericht referentiekader en een smalle toetspraktijk het onderwijs versmallen en hoe dit leerlingen, leraren en scholen raakt.
Uit het artikel blijkt duidelijk:
🔸 taalvaardigheid is breed, geïntegreerd en ontwikkelt zich in samenhang, maar het referentiekader knipt taal op in losse deelvaardigheden
🔸 toetsen meten vooral korte, kunstmatige leesopdrachten en slechts een klein deel van echte taalvaardigheid
🔸 de nadruk op meetbaarheid leidt tot verschraling en teaching to the test
🔸 leerlingen ervaren hierdoor minder rijke taalontwikkeling, minder leesmotivatie en minder ruimte voor spreken en schrijven
🔸 referentieniveaus worden gebruikt voor doelen waarvoor ze nooit bedoeld waren
Deze bevindingen maken zichtbaar waarom het zo belangrijk is om het gesprek te voeren over hoe toetsing, referentiekaders en beleidsverwachtingen het taalonderwijs beïnvloeden. Zoals Karen Heij schrijft:
“Met deze manier van toetsen treft verschraling niet alleen de toetsen, maar ook het leesonderwijs zelf. Leermiddelontwikkelaars versterken dit effect door hun methodes aan te willen sluiten op de toetsing.”
En ook beleidsreacties helpen niet altijd vooruit; Heij merkt op dat: “Steeds weer stellen dat extra bijles nodig is, zoals de Inspectie van het Onderwijs onlangs nog deed bij het bekend maken van de uitkomsten van de leesvaardigheidspeiling, niet behulpzaam is.”
Het artikel onderstreept dat we samen (scholen, leraren, onderzoekers, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Inspectie van het Onderwijs en College voor Toetsen en Examens) het gesprek moeten voeren over hoe doelen, toetsing en onderwijs zo kunnen worden ingericht dat ze taalontwikkeling ondersteunen in plaats van begrenzen.
Lees hier meer: Artikel:Heij, K. (2025). Hoe referentiekader en toetsing goed taalonderwijs in de weg staan. Tijdschrift Taal.
Reken het rekenonderwijs niet af op percentages leerlingen die 1S behalenHet succes van het reken-wiskundeonderwijs wordt in Nederland steeds vaker afgemeten aan het percentage leerlingen dat streefniveau 1S behaalt. De ambitie: 65% van de leerlingen zou aan het eind van groep 8 1S moeten halen. Die ambitie veronderstelt dat 1S een helder gedefinieerd en goed gefundeerd niveau is, dat betrouwbaar gemeten kan worden en dat geschikt is om uitspraken te doen over de kwaliteit van het onderwijs.
Uit de recente analyse van Arthur Bakker, Lonneke B., Marian Hickendorff, Vincent Jonker, hans van luit, Michiel Veldhuis en Wilma Willems blijkt dat deze veronderstellingen niet kloppen.
🔸 de drempelwaarde voor 1S is inhoudelijk onvoldoende onderbouwd
🔸 en is nooit vastgesteld op basis van wat écht nodig is in vmbo-tl, havo of vwo
🔸 wordt technisch op verschillende manieren vastgesteld
🔸 levert grote verschillen op tussen de doorstroomtoetsen.
Daarmee zijn de percentages leerlingen die 1S halen geen valide maat voor de kwaliteit van het rekenonderwijs. Toch worden deze percentages gebruikt om scholen te beoordelen: door de Inspectie van het Onderwijs, door schoolbesturen, door ouders en indirect door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
De onderzoekers laten zien dat referentieniveaus daar helemaal niet voor bedoeld zijn en dat de huidige meetpraktijk ongeschikte en soms zelfs misleidende informatie oplevert. Nieuwe kerndoelen bieden een belangrijke kans om het referentiekader rekenen-wiskunde grondig te herzien of zelfs af te schaffen, en toe te werken naar vormen van beoordeling die beter aansluiten bij wat leerlingen kunnen leren en wat het onderwijs wil bereiken.
Als Leve het onderwijs waarderen we dit grondige werk. Het draagt bij aan het bredere gesprek in het onderwijs en de politiek: over het herzien van de toetscultuur, het versterken van vakmanschap en het centraal zetten van ontwikkeling en vertrouwen.
Artikel: Bakker, A., Boels, L., Hickendorff, M., Jonker, V., Van Luit, H., Veldhuis, M. & Willems, W. (2025). Reken het rekenonderwijs niet af op percentages leerlingen die 1S behalen. Volgens Bartjens – ontwikkeling en onderzoek, 45(2), 41–51.
Lees hier verder over het onderzoek.
Wij zullen één keer per kwartaal een nieuwsbrief versturen
Leve het Onderwijs! is een beweging van schoolbestuurders die geloven in een nieuwe manier van besturen. Van moeten naar mogen. Van controleren naar vertrouwen. Van ‘wat kan niet’ naar ‘wat kan wel’. Een beweging van bestuurders die bewegen van ‘doen zoals wij het altijd deden ’naar ‘werken vanuit de bedoeling’.
We delen kennis en expertise, doen (wetenschappelijk) onderzoek naar de nieuwe manier van besturen, dragen onze ervaringen uit en laten ons geluid horen bij beleidsmakers. Leve het onderwijs! is een beweging van verschilmakers in het onderwijs, die samen zorgen dat leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Doe je ook mee? Leve het onderwijs!