Het Manifest van Leve het Onderwijs! is in mei 2025 tijdens de Landelijke Dag gezamenlijk herijkt. Een recordaantal onderwijsprofessionals uit het hele land – leraren, schoolleiders, bestuurders, directeuren en beleidsmedewerkers – werkte samen aan aangescherpte uitgangspunten voor goed onderwijs.
Dit vernieuwde manifest is tot stand gekomen in co-creatie met het onderwijsveld, onder begeleiding van onze huiswetenschappers Sharon Stellaard, Frédérique Six, Rob Martens, Marlies Honingh, Ben Kuiken en Merel van der Wal. In keynotes en verdiepende sessies brachten zij perspectief, taal en verdieping bij thema’s als vertrouwen, motivatie, verantwoording, persoonlijke ontwikkeling, waarde toevoegen en dialoog.
Het manifest richt zich op bestuurlijk handelen, maar staat niet los van de dagelijkse praktijk. Daarom werken we momenteel, samen met schoolleiders en onderwijsprofessionals, aan manifestitems vanuit hun perspectief, zodat de uitgangspunten op alle niveaus in de organisatie betekenis krijgen en met elkaar verbonden blijven.
Ondertekenen van het Manifest? Dat kan hier.

Artikel geschreven door Marten Elkerbout
Begin 2025 besloten twee besturen met vier scholen onder de vlag van Leve het Onderwijs! om ouders een keuze te geven: wel of niet deelnemen aan de doorstroomtoets. Dat leidde tot een heftige reactie vanuit “het systeem”: een spoedonderzoek door de inspectie en vervolgens een spoedaanwijzing van de staatssecretaris. Hoewel in eerste instantie ongeveer tweederde van de kinderen de toets niet maakte, gingen de besturen uiteindelijk overstag onder de druk vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Er dreigden dermate zware sancties, dat het onverantwoord was om door te zetten.
Niettemin was het effect van de actie groot: er ontstond een enorme discussie en de bijval voor de actie was onverwacht intens. Kennelijk raakte de doorstroomtoets aan een diepgevoelde emotie in de sector. In dit artikel zetten we op een rijtje wat er daarna allemaal is gebeurd rondom de doorstroomtoets, (mede) tengevolge van deze actie.
SaKS en Spaarnesant legden zich niet neer bij de maatregel die de staatssecretaris op advies van de inspectie nam: de spoedaanwijzing. Het instrument dat ooit in het leven was geroepen om malverserende besturen aan te pakken, werd nu ingezet om twee als “goed” beoordeelde besturen op de knieën te krijgen. Zij gingen – gesteund door Leve het Onderwijs! – bij de interne commissie van OCW in bezwaar. Het duurde lang voordat daar een uitspraak op volgde, maar de uitspraak van de interne commissie was niet heel verrassend: zij bekrachtigde het besluit van de staatssecretaris. Een WOO-verzoek om inzicht te krijgen in alle communicatie tussen OCW en de inspectie leverde een vracht aan zwartgelakte teksten op. Het bezwaar daartegen is behandeld en wacht nog op een uitspraak. Bij de Raad van State is na de zomer beroep ingesteld tegen de spoedaanwijzing. De behandeling van dat beroep moet nog plaatsvinden.
In het kader van de juridische onderhandelingen met OCW is toegezegd dat een delegatie van Leve het Onderwijs in gesprek zou treden met de directeur-generaal (DG) funderend onderwijs. Onze inzet was het bereiken van een pilotstatus voor scholen die aan onze bestuurlijke handreiking voldoen. Het was onze insteek om samen met alle belanghebbenden te onderzoeken hoe de advisering van leerlingen en de verantwoording van onderwijsopbrengsten eruitzien als de doorstroomtoets daarin geen rol speelt. De PO-raad schaarde zich achter dit initiatief en uiteindelijk werd in december 2025 afgesproken dat de pilot er gaat komen. OCW, de inspectie, Leve het Onderwijs! trekken hierbij gezamenlijk op, waarbij LhO! het inhoudelijke voortouw neemt en de PO-raad zorgdraagt voor de organisatie. Naast scholen van LhO! staat de deelname ook open voor andere scholen. Naar verwachting kunnen scholen zich vanaf eind maart 2026 opgeven. Lees hier meer over de landelijke oproep: voorbeelden gezocht van brede verantwoording van onderwijskwaliteit.
De besturenorganisatie VERUS, die ook actief is op het terrein van prestatiedruk en toetsing, heeft de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur gevraagd om een kwalitatief onderzoek te doen naar bestuurlijke ongehoorzaamheid. De doorstroomtoetsactie vormde het hoofdbestanddeel van dat onderzoek, dat uiteindelijk leidde tot een mooi advies om op een genuanceerde manier te kijken naar de actie. Overigens betrok de NSOB ook de onderwijsregio’s en onbevoegde leraren voor de klas bij het onderzoek. In het essay ontwikkelen de onderzoekers een denkkader om deze casussen te beschouwen op een andere dan een strikt juridische manier.
Van bestuurders mag verwacht worden dat zij meer zijn dan uitvoerders van regels. Het uitvoeren van een regel is een keuze die verantwoordelijkheid voor de uitvoering van die met zich meebrengt. Juist deze verantwoordelijkheid bracht de beide besturen ertoe om de doorstroomtoets facultatief te maken. Zij waren immers de mening toegedaan dat de waarde die verbonden is aan de doorstroomtoets (bijvoorbeeld kansengelijkheid en kwalitatief goed onderwijs) in de praktijk helemaal niet goed uitpakt. Zij gingen daarbij niet over één nacht ijs. Het was een voorbereiding van jaren, afgestemd met alle stakeholders om uiteindelijk de stap te zetten in alle openheid ongehoorzaam te zijn. De dialoog met de systeempartijen (inspectie en OCW) leverde immers geen beweging op, terwijl het mogelijk zou moeten zijn om vanuit de praktijk aan te kaarten dat de regels bij bepaalde waarden niet voldoen. Als dat niet meer kan, dan staat er meer op het spel dan de regel zelf. Dan gaat het over democratie en de waarden van een open samenleving. Lees hier het essay.
Er is veel moeite gedaan om de politiek te beïnvloeden. Daarbij staat steeds voorop dat het kernprobleem de vroege selectie in zeven niveaus in het VO is. De veel te zware rol die de toets gekregen heeft, is daarmee verbonden. Onze politieke beïnvloeding heeft er in ieder geval toe geleid dat er bij een aantal kamerleden meer begrip is ontstaan. Het blijft moeilijk om iedereen te laten inzien dat er niet één objectieve toets bestaat, die zowel het potentieel van kinderen als onderwijskwaliteit in kaart brengt.
Het is de vraag of de aangekondigde stap naar één doorstroomtoets echt een verbetering is. Er zal minder gedoe zijn rondom de verschillen in normering, maar ook één toets kan niet tegelijk valide zijn voor niveau-indeling, resultatenmeting en kwaliteitszorg. Het is wel goed dat de staatssecretaris aankondigde dat de doorstroomtoets in het nieuwe inspectiekader een minder prominente rol krijgt. OR1 zal dan niet langer een normstandaard zijn. Dat is ongetwijfeld ook een gevolg van de druk die door Leve het Onderwijs! en de actie van de vier scholen is uitgeoefend. Verder is het uiteraard afwachten wat het nieuwe kabinet gaat brengen. Lees hier meer over de aangenomen moties rondom de doorstroomtoets.
Dat brengt ons bij het thema waar heel veel besturen en scholen mee worstelen: de wijze waarop de inspectie leerresultaten van scholen beoordeelt. Het is een mooie ontwikkeling dat nu het perspectief wordt geboden dat OR1 vanaf 2027 niet langer normstandaard zal zijn. Tegelijkertijd staat nog steeds de praktijk dat het voorkomt dat scholen op alle standaarden een voldoende of een goed hebben, maar toch een onvoldoende krijgen vanwege OR1. Soms zelfs bij een herstelonderzoek, omdat het nu eenmaal heel moeilijk is om in één jaar het driejaarsgemiddelde voldoende te krijgen. In de praktijk wordt aangegeven dat wanneer in een periode van drie jaar twee van de drie jaren onvoldoende zijn, dit kan betekenen dat geen voldoende oordeel wordt toegekend, ook wanneer de school bij de meest recente resultaten een inhoudelijk sterk en goed onderbouwd verhaal heeft.
In dit verband roepen wij scholen die hiermee te maken hebben (OR1 als enige standaard onvoldoende en daardoor een onvoldoende oordeel op de gehele school) om zich bij ons te melden (toetsen@levehetonderwijs.nl). Nu de inspectie heeft ingezien dat de beoordeling van OR1 terecht een minder zware rol moet krijgen in het schooloordeel, vinden wij het wenselijk dat zij onmiddellijk stopt met het uitdelen van onvoldoendes aan deze scholen. Dat kan ook als zij gebruikmaakt van haar discretionaire bevoegdheid in dezen. Wij willen bekijken of we gezamenlijk iets kunnen doen om dat voor elkaar te krijgen.
Aanvankelijk speelde Leve het onderwijs! een centrale rol in het aanbieden van het traject richting het stoppen met verplichte toetsen. Inmiddels hebben wij de strategische keuze gemaakt om ons te focussen op beleidsbeïnvloeding en op de pilot. Er zijn veel partijen die scholen kunnen ondersteunen als zij anders willen gaan kijken naar advisering, het volgen van kinderen op leerresultaten en kwaliteitsverantwoording. Leve het Onderwijs! kan wel doorverwijzen naar die partijen (mail toetsen@levehetonderwijs.n), waar we nauw contact mee onderhouden.
Op 12 januari hielden we een online-bijeenkomst, waar we rond de 50 deelnemers mochten begroeten. Dat zullen we met enige regelmaat graag blijven doen: elkaar informeren en ophalen wat de behoeftes onder onze leden zijn.
In opdracht van Leve het Onderwijs! heeft Igor Verettas een mooie reeks podcasts opgenomen, waarin alle mogelijke perspectieven op de doorstroomtoets langskomen. Binnenkort volgt de laatste aflevering en dan is er een rijke bron aan materiaal voor wie nog eens rustig wil reflecteren op wat er allemaal passeerde.
Bekijk en beluister hier de verschillende podcasts.
Leve het Onderwijs! heeft DUO gevraagd om door middel van een beknopt onderzoek in kaart te brengen hoe er op dit moment over de doorstroomtoets wordt gedacht. Wat in ieder geval duidelijk blijkt is dat het thema nog steeds erg leeft in het onderwijs. Het verraste DUO dat er zoveel gebruik gemaakt werd van de mogelijkheid om open antwoorden te geven. En uit die antwoorden blijkt ook dat nog veel verdeeldheid is in de sector.
Er zijn ook andere uitkomsten die opvallen. Besturen zijn kritischer op de doorstroomtoets dan schoolleiders en leraren. Hoewel rond de helft van de respondenten de doorstroomtoets belangrijk vinden voor hun kwaliteitszorg, zegt maar een kwart of minder van de respondenten dat de toets ook werkelijk bijdraagt aan onderwijsverbetering. Veel schoolleiders (49%) en leraren (54%) ervaren druk op hun functioneren vanwege de doorstroomtoets. En tenslotte blijkt dat met name schoolbestuurders de verplichting de doorstroomtoets af te nemen naast zich neer zouden willen leggen (in totaal meer dan de helft, van voluit “ja” (18%) tot “ja, af en toe speelt dat door mijn hoofd” (39%)).
Het is van belang te blijven benadrukken dat Leve het onderwijs! niet die “club tegen het toetsen” is. Wij staan voor goed besturen en goed onderwijs. Dat wij dat heel serieus nemen leidt ertoe dat we heel kritisch zijn op de veel te vroege selectie en de manier waarop die selectie vaak plaatsvindt. Daarin staan we bepaald niet alleen en hebben we ook een vracht aan empirisch bewijs aan onze zijde.
De wens om kinderen kansen te bieden en te staan voor sterke professionals bracht ons het afgelopen jaar in botsing met “het systeem”. Dat systeem reageerde niet inhoudelijk maar met ongehoord bestuurlijk geweld. Daarover is het laatste woord nog niet gezegd. Ondertussen is het duidelijk dat het heil niet vanuit de politiek zal komen, waar het draagvlak voor een noodzakelijke stelselwijziging in het funderend onderwijs gering lijkt. Leve het Onderwijs! zal zich blijven inzetten voor de inhoud en voor goed onderwijs voor alle kinderen. De oplossing lijkt vooral te liggen in krachtige samenwerking met het VO, waar we op onze aanstaande landelijke dag verder vorm aan willen geven.

Beste collega-bestuurders, beste betrokkenen,
Graag brengen we jullie kort op de hoogte en doen we een gerichte oproep om onze gezamenlijke beweging te versterken. De afgelopen maanden hebben SaKS, Spaarnesant en Leve het Onderwijs intensief en zorgvuldig gehandeld in het dossier rond de doorstroomtoets. Dat heeft veel in beweging gezet, zowel inhoudelijk, politiek als in de sector.
Zoals jullie weten vergde deze periode een uitzonderlijk intensief traject: onderzoek, juridische procedures, een zienswijze, spoedaanwijzing en intensieve communicatieve ondersteuning volgden elkaar in hoog tempo op. De totale kosten bedragen inmiddels circa € 200.000. De LHO-kerngroep heeft hiervan de helft voor haar rekening genomen. Met extra bijdragen kunnen we deze lijn vasthouden, verbreden en ervoor zorgen dat we juridisch, inhoudelijk en communicatief stevig blijven staan.
De recente analyses van DUO, de Volkskrant, de PO-Raad en de Onderwijsraad laten één conclusie zien: de doorstroomtoets werkt niet als instrument voor kansengelijkheid.
Dit bevestigt precies wat wij samen aankaarten: het probleem is niet de toets: het is het stelsel eromheen. Te vroege selectie, toetsdominantie en een smalle vorm van verantwoorden staan vakmanschap, focus op brede ontwikkeling en gelijke, rechtvaardige kansen in de weg.
Daarom pleiten wij nadrukkelijk niet voor één landelijke toets, maar voor een beweging richting stelselwijziging:
| Periode2025 | Gebeurtenis | Kern |
| Eind jan | Formele lijn Inspectie | Schriftelijke constatering “in strijd met de wet” + verzoek tot herstel. Besturen lichten toe waarom zij hun beleid handhaven (27 jan). |
| Begin feb | Onderzoek & hoor-wederhoor | Inspectie start verdiepend onderzoek (aangekondigd 4 feb, schoolbezoeken 5 feb). Hoofdvraag: zorgt het bestuur voor juiste afname/toezicht op kwaliteit en deugdelijke afsluiting? |
| 6–10 feb | Spoedroute | Inspectie acht de situatie acuut i.v.m. korte afnameperiode; rapportage, zienswijze-termijn en spoedaanwijzing volgen kort op elkaar. Besturen vragen gesprek met OCW en dienen zienswijze in. |
| Feb–mrt | Herstel & vervolg | Start herstelperiode en verdere afstemming met OCW/Inspectie; parallel bouwen scholen en LHO aan verantwoording vanuit brede ontwikkeling. |
| Aug | Bezwaar ongegrond | Bezwaar tegen spoedaanwijzing ongegrond |
| Okt | Hoger beroep | Hoger beroep tegen spoedaanwijzing |
Met jullie bijdrage kunnen we:
De doorstroomtoets is een signaal in een veel groter vraagstuk.
Onze inzet richt zich op het stelsel dat daaronder ligt: een stelsel waarin kinderen tijd krijgen om te groeien, ontwikkeling centraal staat, selectie later plaatsvindt en toetsing dienend is – niet bepalend.
We hopen op jullie steun.
Hartelijke groet,
Kerngroep van Leve Het Onderwijs!
Wat is het einddoel?
Latere, rechtvaardiger selectie; brede verantwoording, minder toets- en prestatiedruk; professionele ruimte en vertrouwen in het vakmanschap van leraren en schoolteams.
De live bijeenkomst van 5 november kon helaas niet doorgaan en wordt verplaatst naar een later moment. Om toch samen verder te gaan, organiseren we op 12 januari (15:00–17:00) een landelijke online bijeenkomst voor iedereen die deelnam aan of interesse heeft in de trajecten Stop het verplichten van toetsen. Tijdens deze sessie delen we een update en gaan we in kleinere groepen in gesprek over waar scholen nu staan en wat er nodig is.
➡️ Aanmelden kan hier
🔔 Save the Date – 27 januari – 15:00 tot 17:30
Bestuurders die het manifest hebben ondertekend of geïnteresseerd zijn in onze beweging nodigen we van harte uit voor een online bijeenkomst op 27 januari 2026. We delen de laatste ontwikkelingen, laten nieuwe portretten zien en ontvangen een wetenschapper Frank Cornelissen als gastspreker. In zijn recente werk pleit Frank voor onderwijsvernieuwing als een sociale beweging, gedragen door professionals zelf in plaats van top-down aangestuurd. Hij deelt inzichten over wat dit vraagt van leiderschap, organisatie en samenwerking in het onderwijs. Daarnaast is er ruimte voor gesprek, uitwisseling en intervisie tussen bestuurders.
🗓️ Wanneer? 27 januari
🕔 Tijd: 15:00 – 17:30
📍 Locatie: Online (link volgt na aanmelding)
📍 Meld je hier aan

Schrijf deze datum alvast in je agenda: 20 mei 2026 ontmoeten we elkaar op onze jaarlijkse landelijke dag voor bestuurders (manifest-ondertekenaars) en collega’s uit hun organisatie.
Tijdens deze dag verleggen we de focus: niet langer bruggen bouwen tussen po en vo, maar onszelf als één verbonden beweging zien. Er is een groeiend besef dat de ontwikkeling van kinderen vraagt om een bredere, doorgaande benadering. Steeds vaker klinkt de oproep om anders te kijken naar hoe we onderwijs organiseren en inrichten — niet na elkaar of naast elkaar, maar met elkaar. Keynotespreker Jan Bransen schetst hierbij een prikkelend perspecties over doorstroomend, horizontaal en kloofloos onderwijs.
Deze landelijke dag staat in het teken van deze verbinding. Verbinding tussen po en vo, tussen onderwijsprofessionals en bestuurders, en tussen visies op goed onderwijs.
Daarom vragen we aangesloten po-besturen nadrukkelijk om samen met een vo-bestuur te komen. We verkennen gezamenlijk wat nodig is voor deze beweging en wat dit van ons vraagt vanuit ieders rol. Juist door samen aan tafel te zitten, kunnen we de voorliggende vraagstukken in samenhang bekijken.
Ook geven we betekenis aan de hernieuwde manifestitems, die tijdens de landelijke dag 2025 gezamenlijk zijn aangescherpt. Onze huiswetenschappers zoals Merel van der Wal, Frédérique Six, Frank Cornelisse en anderen zijn hierbij de gidsen. Traditiegetrouw sluiten we af met een gezellige netwerkmaaltijd, waar ontmoeting en verbinding centraal staan.
Deze dag is bedoeld voor alle bestuurders die het manifest hebben ondertekend én hun medewerkers.
Dus: kom samen. Kom verbonden
Deelname is gratis voor medewerkers van besturen die het Manifest van Leve Het Onderwijs! hebben ondertekend en een jaarlijkse donatie doen. Voor andere professionals die in dienst zijn van een schoolbestuur bedragen de kosten €250,00.
📍 Locatie: Basecamp Utrecht
📅 Datum: 20 mei 2026
🕞 Tijd: 13:30 – 18:00 (met optioneel borrel & diner)

Nieuws uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal: drie moties over de doorstroomtoets zijn aangenomen. Samen halen ze het gewicht van de toets eraf (uitslag ondersteunend naast het schooladvies), geven wereldkennis een stevige plek, borgen dat de toets meer meet dan alleen strategieën en vragen om alternatieve instrumenten in het toezicht.
Dit is bereikt door gezamenlijke inspanningen van leerlingen, leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders, onderzoekers, journalisten, Kamerleden en anderen. Als Leve het onderwijs! zijn we dankbaar dat we hier samen aan hebben kunnen werken — via gesprekken met Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Inspectie van het Onderwijs en College voor Toetsen en Examens en in de onderwijspraktijk waar we met scholen bouwen aan een breed kwaliteits- en opbrengstenmodel dat verder kijkt dan één momentopname en hashtag#vakmanschap centraal zet.
Drie moties in het kort:
🔸 Rosanne Hertzberger & Ilana Rooderkerk (31 293, nr. 834) – verzoekt de regering het gewicht van de doorstroomtoets af te halen en de uitslag voortaan alleen ondersteunend naast het schooladvies te gebruiken. Aangenomen.
🔸 Ilana Rooderkerk (31 293, nr. 837) – verzoekt de regering de doorstroomtoets te hervormen zodat wereldkennis weer een belangrijke plek krijgt en de toets meer meet dan strategieën (echt lezen/schrijven/rekenen). Aangenomen.
🔸 Chris Stoffer (31 293, nr. 840) – verzoekt de regering alternatieve instrumenten te verkennen voor het toezicht op de kwaliteit van scholen, zodat de doorstroomtoets weer ten dienste van leerlingen en leraren staat. Aangenomen.
De motie van Marleen Haage (31 293, nr. 839) — om structurele stappen te zetten naar een systeem waarin kinderen pas op hun 15e een definitief schooladvies krijgen — is verworpen. Juist daarom blijven wij werken aan latere, rechtvaardiger selectie, minder toetsdominantie en breed verantwoorden van ontwikkeling. De doorstroomtoets is voor ons een symptoom van een systeem dat vroege selectie en toetsdruk te zwaar maakt; we willen naar een fundament waarin kinderen langer kunnen doorontwikkelen en al hun talenten worden gezien: een kansrijk onderwijsstelsel zoals PO-Raad en VO-raad samen bepleiten. Zie: https://lnkd.in/epKFZnkj.
Volkskrant wint Nationale Prijs voor Onderwijsjournalistiek 2025 voor onderzoek naar doorstroomtoetsLeve het onderwijs feliciteert het team van de Volkskrant – Jurre van den Berg, Irene de Zwaan, Ben Meindertsma, Erik Verwiel en Serena Frijters – met het winnen van de Nationale Prijs voor Onderwijsjournalistiek 2025 voor hun onderzoek naar de doorstroomtoets.
De jury prees hun werk omdat zij, zo staat in het juryrapport, “hebben aangetoond dat goede, vasthoudende en diepgravende onderwijsjournalistiek een onmisbare waakhondfunctie heeft in een bestuurlijke omgeving die bewust te weinig transparantie betracht.”
Hun werk laat zien hoe belangrijk vasthoudende, diepgravende journalistiek is in een tijd waarin informatie niet altijd makkelijk beschikbaar is en kritische signalen uit het onderwijsveld soms te weinig gehoord worden. Dankzij hun WOO-verzoeken kwam naar boven dat het door Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beloofde onderzoek naar doorstroomtoetsen niet was uitgevoerd, en dat de toets die kansengelijkheid moest bevorderen, in de praktijk juist ongelijkheid vergrootte.
Als Leve het onderwijs zijn we dankbaar voor deze journalistieke inzet. Het heeft zichtbaar iets in beweging gebracht in de politiek: precies het gesprek dat wij als scholen, leraren en bestuurders ook voeren over de noodzaak om de toetscultuur te herzien en vakmanschap, ontwikkeling en vertrouwen centraal te zetten.
Dat blijkt ook uit de recente Kamerbesluiten:
🔸Motie Rosanne Hertzberger & Ilana Rooderkerk (31 293, nr. 834): haal het gewicht van de doorstroomtoets eraf; de uitslag wordt ondersteunend naast het schooladvies.
🔸Motie Ilana Rooderkerk (31 293, nr. 837): geef wereldkennis weer een belangrijke plek in de toets.
🔸Motie Chris Stoffer (31 293, nr. 840): onderzoek alternatieve instrumenten voor het toezicht op kwaliteit, zodat de toets ten dienste van leraren en leerlingen staat.
Deze drie moties zijn aangenomen en dat is een belangrijke stap vooruit, mede dankzij de gezamenlijke inspanningen van scholen, onderzoekers, ouders, onderwijsorganisaties en kritische journalistiek.
We zijn er nog niet, maar samen bouwen we, ook in dialoog met PO-Raad, VO-raad, Inspectie van het Onderwijs, een systeem waarin kinderen langer kunnen doorontwikkelen, hun talenten breed gezien worden en onderwijs niet door één toets wordt bepaald.
Eerder deelden we een post over het onderzoek naar het rekenonderwijs en de problemen rond het gebruik van 1S (zie: https://lnkd.in/ePN2zNYuArthur Bakker). Vandaag richten we ons op taal, naar aanleiding van het artikel van Karen Heij in Tijdschrift Taal: Hoe referentiekader en toetsing goed taalonderwijs in de weg staan.
Ook op het gebied van taal wordt zichtbaar hoe een technisch ingericht referentiekader en een smalle toetspraktijk het onderwijs versmallen en hoe dit leerlingen, leraren en scholen raakt.
Uit het artikel blijkt duidelijk:
🔸 taalvaardigheid is breed, geïntegreerd en ontwikkelt zich in samenhang, maar het referentiekader knipt taal op in losse deelvaardigheden
🔸 toetsen meten vooral korte, kunstmatige leesopdrachten en slechts een klein deel van echte taalvaardigheid
🔸 de nadruk op meetbaarheid leidt tot verschraling en teaching to the test
🔸 leerlingen ervaren hierdoor minder rijke taalontwikkeling, minder leesmotivatie en minder ruimte voor spreken en schrijven
🔸 referentieniveaus worden gebruikt voor doelen waarvoor ze nooit bedoeld waren
Deze bevindingen maken zichtbaar waarom het zo belangrijk is om het gesprek te voeren over hoe toetsing, referentiekaders en beleidsverwachtingen het taalonderwijs beïnvloeden. Zoals Karen Heij schrijft:
“Met deze manier van toetsen treft verschraling niet alleen de toetsen, maar ook het leesonderwijs zelf. Leermiddelontwikkelaars versterken dit effect door hun methodes aan te willen sluiten op de toetsing.”
En ook beleidsreacties helpen niet altijd vooruit; Heij merkt op dat: “Steeds weer stellen dat extra bijles nodig is, zoals de Inspectie van het Onderwijs onlangs nog deed bij het bekend maken van de uitkomsten van de leesvaardigheidspeiling, niet behulpzaam is.”
Het artikel onderstreept dat we samen (scholen, leraren, onderzoekers, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Inspectie van het Onderwijs en College voor Toetsen en Examens) het gesprek moeten voeren over hoe doelen, toetsing en onderwijs zo kunnen worden ingericht dat ze taalontwikkeling ondersteunen in plaats van begrenzen.
Lees hier meer: Artikel:Heij, K. (2025). Hoe referentiekader en toetsing goed taalonderwijs in de weg staan. Tijdschrift Taal.
“We hebben een monster geschapen”“De prijs voor publieksfavoriet wint de doorstroomtoets absoluut niet.
Dit schooljaar gaat ’ie voor de derde keer op herhaling en vrijwel niemand in het onderwijs staat daar om te popelen. Wat is ervoor nodig om er toch een droomtoets van te maken? Vier experts denken en dromen mee.”
Het artikel in AVS Kader laat zien hoe diep het probleem inmiddels zit: een toets die ooit bedoeld was voor kansengelijkheid, zorgt nu juist voor meer ongelijkheid, selectie en druk.
Vier experts, Remco Prast, Karen Heij, Sara Geven en Lambert van der Ven MA, laten zien wat er misgaat.
Dat betekent dat de doorstroomtoets:
🔸 kinderen selecteert op een momentopname
🔸 vooral voordeel geeft aan kinderen met hoogopgeleide ouders
🔸 de kloof vergroot in plaats van verkleint
🔸 laatbloeiers, anderstaligen en kinderen met startachterstanden benadeelt
🔸 scholen dwingt tot teaching to the test
🔸 professionals beoordeelt op ‘rendement’ in plaats van vakmanschap
Volgens Karen Heij missen deze toetsen een pedagogische grondslag: “Bij ieder kind op hetzelfde moment dezelfde toets afnemen is absurd als we weten dat elke leerling zich anders ontwikkelt.”
Ook socioloog Sara Geven benadrukt dat niet het toetsen zelf het probleem is, maar de vroege selectie in groep 8. Daarmee “klik” je kinderen op hun 11e of 12e vast op een niveau terwijl onderzoek laat zien dat juist later selecteren leidt tot meer kansengelijkheid.
Bestuurder (Blosse) Remco Prast zegt het scherp:
“Mijn droomtoets is altijd een komma, nooit een punt. Een eindtoets is een totale misser.”
Want wat gebeurt er nu?
🔹 een kind dat een slechte dag heeft, haalt mogelijk een niet passend niveau
🔹 sociale vaardigheden, creativiteit en burgerschap tellen helemaal niet mee
🔹 scholen worden gerankt op basis van toetsuitslagen die daarvoor nooit bedoeld waren
🔹 kinderen krijgen het gevoel winnaar of verliezer te zijn, al in groep 8
Karen Heij vergelijkt de droomtoets met afzwemmen:
een moment waarop je viert wat een kind al kan, niet waarop je bepaalt waar het wel of niet thuishoort.
Leve het onderwijs staat voor een systeem waarin toetsen het leren ondersteunen. We zijn er nog niet, maar samen bouwen we, ook in dialoog met PO-Raad, VO-raad, Inspectie van het Onderwijs, een systeem waarin kinderen langer kunnen doorontwikkelen, hun talenten breed gezien worden en onderwijs niet door één toets wordt bepaald.
Lees het interview & artikel hier.
Het succes van het reken-wiskundeonderwijs wordt in Nederland steeds vaker afgemeten aan het percentage leerlingen dat streefniveau 1S behaalt. De ambitie: 65% van de leerlingen zou aan het eind van groep 8 1S moeten halen. Die ambitie veronderstelt dat 1S een helder gedefinieerd en goed gefundeerd niveau is, dat betrouwbaar gemeten kan worden en dat geschikt is om uitspraken te doen over de kwaliteit van het onderwijs.
Uit de recente analyse van Arthur Bakker, Lonneke B., Marian Hickendorff, Vincent Jonker, hans van luit, Michiel Veldhuis en Wilma Willems blijkt dat deze veronderstellingen niet kloppen.
🔸 de drempelwaarde voor 1S is inhoudelijk onvoldoende onderbouwd
🔸 en is nooit vastgesteld op basis van wat écht nodig is in vmbo-tl, havo of vwo
🔸 wordt technisch op verschillende manieren vastgesteld
🔸 levert grote verschillen op tussen de doorstroomtoetsen.
Daarmee zijn de percentages leerlingen die 1S halen geen valide maat voor de kwaliteit van het rekenonderwijs. Toch worden deze percentages gebruikt om scholen te beoordelen: door de Inspectie van het Onderwijs, door schoolbesturen, door ouders en indirect door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
De onderzoekers laten zien dat referentieniveaus daar helemaal niet voor bedoeld zijn en dat de huidige meetpraktijk ongeschikte en soms zelfs misleidende informatie oplevert. Nieuwe kerndoelen bieden een belangrijke kans om het referentiekader rekenen-wiskunde grondig te herzien of zelfs af te schaffen, en toe te werken naar vormen van beoordeling die beter aansluiten bij wat leerlingen kunnen leren en wat het onderwijs wil bereiken.
Als Leve het onderwijs waarderen we dit grondige werk. Het draagt bij aan het bredere gesprek in het onderwijs en de politiek: over het herzien van de toetscultuur, het versterken van vakmanschap en het centraal zetten van ontwikkeling en vertrouwen.
Artikel: Bakker, A., Boels, L., Hickendorff, M., Jonker, V., Van Luit, H., Veldhuis, M. & Willems, W. (2025). Reken het rekenonderwijs niet af op percentages leerlingen die 1S behalen. Volgens Bartjens – ontwikkeling en onderzoek, 45(2), 41–51.
Lees hier verder over het onderzoek.
Sectorrapportage primair onderwijs 2025De PO-Raad publiceert de themarapportage over de advisering in groep 8 en de rol van de doorstroomtoets. En opnieuw is de conclusie duidelijk: de doorstroomtoets draagt niet bij aan kansengelijkheid, terwijl dat wel één van de belangrijkste doelen was.
Volgens de PO-Raad:
🔸 “De toets zorgt niet voor gelijke kansen, zoals vooraf werd verwacht.”
🔸 “De toets vergroot juist de verschillen tussen groepen leerlingen bij de overstap naar het voortgezet onderwijs.”
🔸 “Leerlingen met vergelijkbare vaardigheidsscores krijgen op verschillende toetsen niet hetzelfde toetsadvies.”
Wat zien we in de data?
🔸 Dezelfde leerling kan, afhankelijk van de toetsaanbieder, een heel ander advies krijgen.
🔸 Adviezen vallen structureel lager uit op scholen met hogere schoolweging.
🔸 Het verplichte bijstellen van adviezen pakt juist vaker uit in het voordeel van leerlingen in ‘rijke’ contexten dan in ‘kwetsbare’ contexten.
De PO-Raad is bovendien kritisch omdat de doorstroomtoets twee functies moet dragen die elkaar bijten:
1️⃣ Het selecteren van leerlingen voor een passende plaats in het voortgezet onderwijs
2️⃣ Het beoordelen van scholen door Inspectie van het Onderwijs
De PO-Raad vindt het niet passend dat de toets voor twee functies wordt gebruikt. Waarom?
🔸 Een toets die bedoeld is voor leerlingselectie moet betrouwbaar, vergelijkbaar en gericht zijn op individuele ontwikkeling.
🔸 Een toets die gebruikt wordt voor toezicht creëert systeemdruk: scholen voelen zich afgerekend op deze score.
🔸 Door die samenloop ontstaat strategisch gedrag (bijvoorbeeld oefenen richting toetsformats) en druk op leerlingen.
🔸 De toets verliest daardoor zijn pedagogische waarde en wordt een sturend mechanisme in plaats van een ondersteunend instrument.
Wanneer één toets zowel de toekomst van een leerling als de beoordeling van een school bepaalt, ontstaat druk op het systeem, op scholen en op leerlingen. De focus op brede ontwikkeling komt onder druk te staan.
Waar pleit de PO-Raad wel voor?
🔸 “De PO-Raad pleit opnieuw voor latere selectie. Leerlingen krijgen nu te weinig tijd en mogelijkheden om hun ontwikkelpotentieel te laten zien.”
🔸 “Toetsen moeten leraren helpen om te zien wat een leerling nodig heeft om verder te groeien.”
🔸 “De waarde van de doorstroomtoets in het toezichtkader moet afnemen.”
Lees hier verder: https://lnkd.in/ePyfReRQ
Dossier Doorstroomtoets: De wetenschappersMiddels deze serie podcasts onderzoekt Igor Verettas langs verschillende perspectieven de spraakmakende situatie rondom de doorstroomtoets in het voorjaar van 2025. In deze aflevering is hij te gast bij de Radboud Universiteit Nijmegen. Hier interviewde hij Eddie Denessen (hoogleraar onderwijs en sociale gelijkheid) en Floris Burgers (onderwijsantropoloog en Postdoc). Zij delen hun visie op de situatie dit voorjaar en de maatregelen die genomen zijn. En hoe ze vooruitkijken naar het bredere debat en de afname van de toets in 2026. Een aflevering met taboedoorbrekende uitspraken en nieuwe zienswijzen.
“Een eindadvies geven is veel foutengevoeliger en problematischer dan alleen die doorstroomtoets. Het geven van zo’n voortgezet onderwijs label brengt juist kansenongelijkheid.”
In het voorjaar van 2025 gaven 4 scholen vanuit twee schoolbesturen in Alkmaar/Bergen en Haarlem de vrije keuze aan ouders om de toets af te laten nemen bij hun kinderen. Een groot aantal ouders kozen ervoor om de toets niet te laten afnemen. Uiteindelijk hebben het Ministerie en de inspectie van onderwijs ingegrepen en gezorgd dat de toetsen toch afgenomen werden. We onderzoeken in deze serie wat de bestuurders en schooldirecteuren heeft bewogen, we beluisteren het perspectief van de leerlingen, leerkrachten en ouders en vragen naar de ervaringen vanuit de politiek en inzichten uit de wetenschap.
Luister de podcast hier.

Eddie Denessen (hoogleraar onderwijs en sociale gelijkheid) en Floris Burgers (onderwijsantropoloog en Postdoc)
Bijeenkomst Raad van Toezicht & bestuurders met Marlies Honigh
Onderwijs, RvT en bestuur: hoe geven we maatschappelijke democratie vorm?
Op 18 september kwamen bestuurders en de leden van hun RvT samen tijdens onze bijeenkomst “Maatschappelijke democratie vertaald naar onderwijs”, begeleid door bijzonder hoogleraar Marlies Honingh (Universiteit Utrecht).
We onderzochten hoe onderwijs meer is dan structuren en systemen. Het raakt aan kansen, uitsluiting, socialisatie en uiteindelijk aan de manier waarop wij samenleven. Democratie is geen gegeven, maar vraagt voortdurende voeding en dialoog.
💡Enkele inzichten uit de avond:
🔸Toezicht wordt niet alleen namens een organisatie gevoerd, maar namens de samenleving.
🔸Onderwijsrelaties (bestuur–organisatie, leraar–leerling) worden te vaak transactioneel benaderd, terwijl ze in essentie relationeel zijn.
🔸Besturen en RvT’s hebben de verantwoordelijkheid om het gesprek te voeren over waarom en hoe we doen wat we doen, niet enkel over resultaten.
🔸Pluriformiteit in visies is waardevol – eenheidsworst bedreigt de rijkdom van het Nederlandse onderwijs.
❓Kritische vragen die wij meenemen:
🔸Namens wie houd jij als toezichthouder toezicht?
🔸Hoe voed jij binnen je organisatie de democratische dialoog?
🔸Welke relaties binnen jouw bestuur of school worden te vaak als ‘transactie’ gezien, en hoe kun je ze weer relationeel maken?
🔸Waar durf jij de grenzen van beleid op te rekken om recht te doen aan de essentie van onderwijs?
In deze tijd wordt er iets van je gevraagd – als bestuurder, toezichthouder en als professional die dagelijks met kinderen en jongeren werkt. Doen wat ertoe doet betekent ruimte creëren voor ontwikkeling en vertrouwen, ook als dat lef vraagt: loslaten, niet klakkeloos regels volgen en soms bewust op je handen zitten.
Juist nu, in een wereld waarin maatschappelijke democratie onder druk staat, zijn bestuurders en toezichthouders aan zet om ruimte te creëren voor pluriformiteit, vertrouwen en dialoog.
Ter verdieping: het artikel van Marlies Honingh & Hartger Wassink (2024) mee: “Goed bestuur als gezamenlijk project van burgers en bestuurders”. Dit artikel plaatst de thematiek van de avond in een bredere context van maatschappelijke democratie.
Hier kun je het artikel downloaden.
We hebben deze terugblik ook gedeeld op LinkedIn: lees en reageer hier.
Leergang kwaliteitsmedewerkers start september 2025 – er is nog plek!Geïnteresseerd in de leergang voor kwaliteitbeleidsmedewerkers, waarbij we op een andere manier kwaliteit in beeld leren brengen dan vanuit gestandaardiseerde toetsen? In de leergang die ♦Nicole Hanegraaf verzorgt voor Leve het onderwijs gaat het over:
🔸Wat is kwaliteit en hoe meten en weten we dat?
🔸Hoe doen we dat los van gestandaardiseerde toetsen (#doorstroomtoets, LVS, etc)?
🔸Hoe maken we die toetsen minder belangrijk? Hoe kan het anders?
🔸Hoe breng je kwaliteit op een juiste manier – onderbouwd, verantwoord en vanuit het referentiekader voor taal en rekenen – in beeld?
🔸 Wat is de rol van toetsen? Wat zijn toetsen? Wat is de zin en onzin van toetsen?
🔸 Wat zijn de alternatieven?
Het is ontzettend waardevol om met kwaliteit beleidsmedewerkers vanuit het hele land samen op te trekken.
Als je mee wilt doen met deze leergang, kijk dan voor aanmelden op: https://levehetonderwijs.nl/traject-voor-kwaliteitsmedewerkers-meer-informatie/ of mail naar: toetsen@levehetonderwijs.nl.
Bestuurders Martijn van Tilburg en Freek ten KloosterBij Leve Het Onderwijs geloven wij dat het naleven van de items uit ons Manifest niet alleen leidt tot beter onderwijs, maar ook tot leuker onderwijs voor onze professionals. Bestuurders spelen hierin een cruciale rol; zij zijn het instrument waarmee verandering en verbetering worden gerealiseerd.
Kerngroeplid van Leve het Onderwijs, Martijn van Tilburg, en bestuurder die nauw betrokken is bij het gedachtegoed van Leve Het Onderwijs, Freek ten Klooster, zijn onlangs geportretteerd en ook in gesprek over hun visie in onze podcast.
De portretten dienen als een spiegel voor de bestuurders, helpen hen om hun handelen volgens de manifest-items te ontwikkelen en geven inzicht in hun persoonlijke en professionele groei. Door zichzelf bloot te geven en hun kwetsbaarheid te tonen, creëren zij een cultuur van vertrouwen en transparantie. Dit proces ondersteunt niet alleen de individuele bestuurder, maar ook de hele organisatie.


Klik op de afbeeldingen om de portretten van Martijn en Freek te bekijken.
In deze aflevering reisde Igor Verettas naar het bestuursKANtoor van SAAM* Scholen in Oss. Hier ontmoette hij de plaatselijke ‘collega van bestuur’ Martijn van Tilburg.
25 Jaar geleden begon Martijn als leerkracht en hij is nu twee jaar bestuurder. In dit gesprek reflecteert hij op de complexiteit en ook het comfort die deze positie met zich meebrengt. Wanneer ben je zichtbaar en beschikbaar genoeg en hoe behoud je balans tussen het geven van ruimte en duiden van richting?
Als nieuwe ‘Chef gedachtengoed’ moest Martijn wennen dat er in deze verantwoordelijke ‘podiumfunctie’ altijd naar je gekeken wordt. Je spreekt namens jezelf en ook namens je organisatie. Binnen de gemeenschap van SAAM* is ‘Zijn wat je zegt’ belangrijk. Hoe ga je daar als bestuurder mee om en wat voor effect kan dit hebben op je uitspraken en acties?
Er wordt nogal wat gevonden van bestuurders. Martijn heeft daar best moeite mee en benadrukt dat het daarom bijvoorbeeld belangrijk is om zeer transparant te zijn over wat je doet. Als kerngroeplid van Leve het Onderwijs! zet hij zich daarom bijvoorbeeld in voor de Bestuurlijke portretten.
Genoeg redenen om deze boeiende aflevering te beluisteren, waarin Martijn van Tilburg de manifest items van Leve het Onderwijs! aan de waarden van SAAM* rijgt, genuanceerde uitspraken doet over de beoordelingssystematiek van de onderwijsinspectie en ons leert dat juiste woordkeuze erg belangrijk is bij SAAM*.
Het manifest van Leve het Onderwijs! gaat onder andere over vertrouwen, dialoog, transparantie. Hoe leeft Freek deze waarden voor en hoe komen ze tot uiting bij de visitaties? En wat merken medewerkers en uiteindelijk de kinderen hiervan?
Een boeiend gesprek, waarin een bevlogen bestuurder vertelt over zijn lessen van de afgelopen jaren en daarbij behaalde accreditaties afzet tegen buikgevoel en levenservaring. En ons uitdaagt om rigoureus te durven vertrouwen.
🔔 Save the Date – 18 sept 2025
Een inspirerende avond over maatschappelijke democratie en de rol van de Raad van Toezicht in het onderwijs – begeleid door bijzonder hoogleraar maatschappelijke democratie aan Universiteit Utrecht: Marlies Honingh.
Onderwijsbestuurders en leden van Raden van Toezicht: dit is hét moment om samen stil te staan bij de diepere betekenis van bestuurlijke keuzes. Want onderwijs gaat niet alleen over systemen en structuren, maar over kansen, uitsluiting, socialisatie – en uiteindelijk over de manier waarop we samenleven.
Wat kun je verwachten?
Een avond met verdieping, reflectie en dialoog over hoe we als bestuurders en toezichthouders bijdragen aan maatschappelijke democratie binnen het onderwijs.
🗓️ Wanneer? Donderdag 18 september
🕔 Tijd: 17:00 – 21:00 (inclusief maaltijd)
📍 Locatie: Utrecht (volgt z.s.m.)
🎓 Voor wie? Bestuurders die het manifest van Leve het onderwijs! hebben ondertekend en leden van hun Raad van Toezicht.
Kom vooral samen – deze avond draait om het samenspel tussen bestuur en toezicht. Meld je nu aan via: https://lnkd.in/euxu6Cjx
Wij kijken ernaar uit je daar te zien!

Een record aantal onderwijsprofessionals uit het hele land – leraren, bestuurders, directeuren, beleidsmedewerkers – werkten samen aan onderwijs waarin we recht doen aan ieders welzijn en ontwikkeling: die van de onderwijsprofessional én die van de leerling. Op 21 mei kwamen we samen voor de Landelijke Dag van
Leve het onderwijs!
📍We herijkten ons manifest. Want als we weten wat we weten – zoals Sharon Stellaard ons scherp liet zien – dan kunnen we niet blijven doen alsof goedbedoeld beleid vanzelf goed uitpakt. In haar lezing introduceerde Sharon Stellaard het begrip boemerangbeleid:
🔸 Beleid dat, ondanks goede intenties, averechts werkt en de oorspronkelijke problemen in stand houdt of zelfs verergert.
🔸 Beleidsveranderingen worden vaak ingevoerd als reactie op de onbedoelde gevolgen van eerdere hervormingen, zonder de onderliggende oorzaken aan te pakken. Dit leidt tot een cyclus waarin dezelfde problemen blijven terugkeren, ondanks nieuwe beleidsmaatregelen.
🔸 Daarom pleit zij voor “chronologisch beleidsbesef”: het vermogen om beleid te begrijpen als een constructie die zich over tijd heeft gevormd – met opeenvolgende keuzes en aannames die vaak onzichtbaar zijn geworden.
📣 Leve het onderwijs! wil door die mist heen breken. We willen niet repareren met dezelfde logica die het probleem veroorzaakte. We kiezen voor ruimte, reflectie, dialoog, verantwoordelijkheid en ontwikkeling.
📣 Ruimte maken vraagt lef. Lef om los te laten, lef om niet klakkeloos de regels uit te voeren en lef om op je handen te zitten. Wij onderwijsprofessionals hebben de mogelijkheid processen van verandering op gang te brengen en ruimte te creëren voor ontwikkeling. Wij faciliteren die ontwikkeling.
🔸 Van moeten naar mogen.
🔸 Van controleren naar vertrouwen.
🔸 Van ‘wat kan niet’ naar ‘wat kan wel’.
Zo werken wij aan het onderwijs waarin kinderen, jongeren en professionals de beste versie van zichzelf worden.
De beweging groeit. De inzichten verdiepen. Doe je mee?
https://lnkd.in/eXAw9DzK



Middels deze serie podcasts onderzoekt Igor Verettas langs verschillende perspectieven de spraakmakende situatie rondom de doorstroomtoets in het voorjaar van 2025. In deze aflevering gaan we in gesprek met Leah en Puk, twee leerlingen uit groep 8. We onderzoeken waarom ze blij waren dat ze geen toets hoefden te maken en hoe zij nu terugblikken op deze periode.
Begin 2025 gaven 4 scholen vanuit twee schoolbesturen uit Haarlem en Alkmaar/Bergen de keuze aan ouders om de toets af te laten nemen bij hun kinderen. Door deze keuzevrijheid besloten diverse ouders met hun kinderen om deze toets niet af te laten nemen. Uiteindelijk heeft het Ministerie ingegrepen en gezorgd dat de toetsen toch afgenomen werden. We onderzoeken in deze serie wat alle betrokkenen heeft bewogen en vragen naar ieders ervaringen.
Dossier Doorstroomtoets is mogelijk gemaakt door Leve het Onderwijs!

Doen wat ertoe doet. Dat is wat Leve het Onderwijs wil. Het stoppen met het verplichten van toetsen – waaronder de doorstroomtoets – is geen doel op zich, maar een eerste stap in een grotere systeemverandering.
Leve het Onderwijs beweegt van controle naar vertrouwen. Van moeten naar mogen. Van wat niet kan, naar wat wél kan. Voor het thema ‘Stop het verplichten van toetsen’ bieden we scholen, besturen en kwaliteitsbeleidsmedewerkers in het primair onderwijs trajecten die gericht zijn op bewustwording en het versterken van het eigen vakmanschap van binnenuit – om zo verantwoord, onderbouwd en overtuigd te kunnen zeggen: wij meten en weten het beter!
Het stoppen met de verplichte doorstroomtoets is een stap richting inclusief mens- en wereldgericht onderwijs waar vakmanschap van binnenuit en ieders welzijn en ontwikkeling centraal staat. Elke school en ieder bestuur maakt in dit proces keuzes die passen bij de eigen visie, context en ontwikkelfase.


In de podcastserie van Leve Het Onderwijs! beluister je podcasts van bestuurders en onderzoekers die geloven in de nieuwe manier van besturen. Van moeten naar mogen. Van controleren naar vertrouwen. Van ‘wat kan niet’ naar ‘wat kan wel’. In de podcasts delen zij hun kennis en expertise, hun ervaringen. Ze laten hun stem horen, delen hun visie, maar hun ook hun twijfels, kwetsbaarheid en niet-weten.
In aflevering #12 is Igor Verettas in gesprek met Yvonne de Haas. Yvonne is bestuurder van Zinder, een schoolbestuur van 18 primair onderwijsscholen. Ook maakt Yvonne deel uit van de kerngroep van Leve het Onderwijs!; de spil van deze beweging.
Yvonne kan niet anders dan in haar sturingsfilosofie uitgaan van vertrouwen, verbinding, en horizontale verantwoording. Hoe werkt dat dan in de praktijk? Wat maakt het minder makkelijk in de verantwoording? Zomer 2024 heeft de Inspectie van het Onderwijs geverifieerd of sturing door het bestuur op de kwaliteit van het onderwijs op de scholen op orde is. Dit onderzoek is afgerond met een ‘voldoende’.
Yvonne vertelt in deze podcast over het onderzoek, wat hier spannend aan was en wat dat met haar deed. En ook over hoe je bij deze wijze van besturen weet ‘of het goed zit’. Het werd een openhartig gesprek.
Beluister de podcast hier.

Dinsdag 18 juni 2024 vond de bijeenkomst voor de Raden van Toezichten en hun bestuurders van scholen die deelnamen aan het traject Stop het verplichten van toetsen (waaronder ook de doorstroomtoets)’ plaats. Met elkaar spraken we over de rol van de RvT’s en welke governance vraagstukken zich aandienen wanneer scholen stoppen met de verplichte doorstroomtoets. We waren ontzettend blij met de opkomst, de betrokkenheid en de positieve energie.
Marten Elkerbout presenteerde ‘De onmogelijke opgave van de vroege selectie en waarom we daarbij niet moeten leunen op de doorstroomtoets’. Hij belichtte de negatieve effecten hiervan op kinderen, leerkrachten, scholen en de kwaliteit van onderwijs. Klik hier om de presentatie in PDF te bekijken.

Na de presentatie kwamen diverse inhoudelijke vragen naar voren vanuit het publiek. Deze vragen en de bijbehorende antwoorden zijn hieronder samengevat en geordend.
Ja, dat kan. Sterker nog: Nederland is een van de weinigebeschaafde landen waarin zo vroeg, zo veel en zo excessief wordt getoetst. Een goed alternatief is criteriumgericht beoordelen. Meer weten over het verschil tussen normreferencing en criteriumgericht beoordelen: dat kan hier.
Ja en nee. Betrouwbaarheid gaat vaak over de invloed vande beoordelaar op de meting. Omdat in Nederland betrouwbaarheid heel belangrijk wordt gevonden en de betrouwbaarheid van de oordelen van leraren wordt onderschat, kiezen we het liefst voor toetsen die door een computer kunnen worden beoordeeld (multiple-choice toetsen bijvoorbeeld). Het vervelende is dat werkelijk interessante vaardigheden niet kunnen worden gemeten door zo’n toets.Wij stellen in Nederland meestal betrouwbaarheid boven inhoudelijke validiteit en gooien zo het kind (van de inhoud) met het badwater (van de onbetrouwbaarheid) weg. Meer weten over de relatie tussen betrouwbaarheid en validiteit klik hier.
Er werd gepleit voor het geven van een breder advies inplaats van een enkelvoudig advies (liever “vmbo-t-havo” dan “vmbo-t” of “havo”), zeker in de middengroep (vmbo k – vmbo g/t – havo). Dat zou betekenen dat er brede scholen en brugklassen nodig zijn. Het voortgezet onderwijs is hierop vaak niet ingericht. Vooral beroepsgerichte scholen en AVO-scholen zijn vaak gescheiden, terwijl in de keuze tussen die twee de grootste kans op fouten schuilt. Het belang van gezamenlijk optrekken met het voortgezet onderwijs werd benadrukt.
Ja die zijn er, maar ze zijn (nog) niet bruikbaar als alternatief voor de volgsystemen. Zie hiervoor het stuk over criteriumgericht beoordelen. Criteriumgericht beoordelen vraagt om professionalisering van leraren en opleidingen en ombruikbare criteria en apps. Leveranciers van toetsen moeten aan eisen voldoen die zijn geaccordeerd door het College voor Toetsen en Examens om als formeel instrument te gelden, waardoor zij geen criteriumgerichte beoordeling bieden. Dit geldt zowel voor de doorstroomtoets als voor het Leerling Volg Systeem (LVS) vanaf groep 3.
Er zijn mogelijkheden om te manipuleren met de norm, zoals het verschuiven van de cesuren (dat zijn de grenzen tussen de categorieën). De veronderstelling is dat de eindresultaten door de jaren heen ongeveer gelijk moeten blijven. Daarvoor maakt men gebruik van referentieopgaven, aan de hand waarvan de moeilijkheidsgraad van de toets ongeveer stabiel gehouden wordt. Het is wel vreemd dat de eindresultaten van de eindtoets al jaren gelijk zijn, terwijl er tegelijkertijd een beeld is dat de kwaliteit van het onderwijs achteruitgaat. Dat kan eigenlijk niet.
Hoewel we eigenlijk al heel lang weten dat vroegeselectie voor de meeste kinderen heel slecht nieuws is, lukt het maar niet om het systeem te veranderen. Sterker nog: de selectie begint steeds vroeger, onder andere door het (verplichte) gebruik van volgsystemen en het belang dat wordt gehecht aan niveaudifferentiatie. Er is geen land in de beschaafde wereld dat zo vroeg en precies differentieert. Politiek gezien is het heel lastig om het systeem aan te pakken, omdat de “winnaars” uit de onderwijscompetitie vaak de dienst uitmaken.
Het echte probleem is niet de toetsing, maar de vroegeselectie. Het is niet erg om soms een gestandaardiseerde toets te gebruiken als onderdeel van kwaliteitszorg. Voor het leren van kinderen is het veel beter om formatief te beoordelen, bijvoorbeeld op basis van criteria. De huidige eenzijdigheid van de toetsing en de druk rondom toetsen heeft echter veel perverse effecten op deonderwijskwaliteit, zoals het versmallen van het lesaanbod, commerciële toetstraining en “teaching to the test”. Ook het feit dat schoolkwaliteit wordt gemeten met behulp van deze toetsresultaten is heel kwalijk, omdat het verplicht verbeteren van die resultaten vaak leidt tot de verkeerde focus op kwaliteit.
Onze discussie onderstreept de noodzaak om verder na te denken over het huidige systeem van vroegselectie en de doorstroomtoets, en om te onderzoeken hoe we kunnen zorgen voor een eerlijk en effectief beoordelingssysteem dat het beste is voor de ontwikkeling van onze kinderen en na te denken hoe wij eigenlijk de kwaliteit van ons onderwijs bepalen.
Tijdens de bijeenkomst heerste een positieve sfeer, en de leden van de Raden van Toezicht (RvT) en bestuurders gaven waardevolle feedback. Enkele opvallende opmerkingen:
Het hoofdlijnenakkoord van de nieuwe coalitie kiest voor een sturingsscenario dat ook werd voorgesteld in de brief van demissionair minister Paul hierover aan de kamer. Die keuze is zo problematisch dat de onderwijsraad, die eerder al een uitstekend rapport over de positie van schoolbesturen publiceerde, overging tot de hoogst ongebruikelijke stap om middels een brandbrief de kamer af te houden van de misstap om scenario B te omarmen.
In essentie draait de discussie om de vraag of de grote vraagstukken in het onderwijs (kansenongelijkheid, onvoldoende basisvaardigheden) en het lerarentekort te herleiden zijn tot een sturingsvraagstuk. Anders gezegd: het is maar de vraag of de door minister Paul veelvuldig gehanteerde term “grip” het antwoord is op de complexe problematiek waar we mee te maken hebben.
Leve het Onderwijs! “stuurt” liever vanuit andere principes dan “grip”. Ons manifest beschrijft die principes en wij maken er dagelijks serieus werk van die principes na te leven. Bij wijze van voorbeeld kunnen we inzoomen op hoe wij bezig zijn met onderwijskwaliteit. Onze analyse is dat het onderwijs eerder te lijden heeft onder controle en voorgeschreven methodes (“grip”), dan dat het er beter van wordt. Zo verzetten wij ons bijvoorbeeld tegen het verplichten van LVS-toetsen en doorstroomtoets, omdat deze een aantoonbaar pervers effect hebben op de kwaliteit. Wij omarmen liever de complexiteit van onderwijs, complexiteit die vraagt om sterke professionals die weten waartoe zij les geven en die het vertrouwen hebben en krijgen om te doen wat zij in het belang van leerlingen vinden.
Als bestuurders laten wij ons leiden door de vraag hoe wij voorwaarden kunnen scheppen om die sterke professionals hun werk te laten doen. Het feit dat wij niet kiezen voor controle en voorgeschreven methodes vraagt een andere manier van het normeren van onderwijskwaliteit, omdat wij onze verantwoordelijkheid daarvoor wel uiterst serieus nemen.
Leve het Onderwijs! vraagt de sector een andere benadering te kiezen dan minister Paul voorstelt (Zie onze brief: Oproep naar aanleiding van de landelijke ontwikkelingen op het gebied van sturing), waarbij we het advies van de onderwijsraad volgen en verder invullen. Daarnaast zou de overheid zich goed moeten bezinnen op een effectieve rol van alle actoren binnen het huidige bestel, in plaats van de pijlen te richten op een moeizame herziening daarvan (scenario B), die vermoedelijk geen verbetering gaat brengen op de grote thema’s: basiskwaliteit, kansen en lerarentekort.
Wij bepleiten een gezamenlijke agenda vanuit een gedeelde maatschappelijk gedragen visie op onderwijs, waarin alle actoren binnen het bestel worden versterkt en aangesproken op hun kwaliteit als die achterblijft. De bestuurders van Leve het onderwijs! laten zien dat goede besturen vanzelfsprekend schoolleiders en schoolteams serieus nemen, vertrouwen en versterken. Dat zij samenwerken in de regio in plaats van te concurreren.
Wij vragen onze collega-bestuurders in PO en VO mee te werken aan een stevige gezamenlijke agenda op onderwijskwaliteit, kansengelijkheid en professionele leraren en schoolleiders. Een agenda die ook gaat over de maatschappelijke rolopvatting van bestuurders. Wij voelen daarbij grote urgentie om het zelfregulerend vermogen van onze sectoren te versterken (voor bezoekers van de ALV van de PO-raad: scenario A-D). Wij gaan serieus werk maken van dat scenario met elkaar en met onze sectorraden!
“Uw onderwijs deugt, maar u krijgt toch een onvoldoende”In dit artikel van Martijn Van Tilburg MSc wordt de schijnwerper gericht op een intrigerend fenomeen: hoe kan het dat een school een onvoldoende krijgt, terwijl het onderwijs er volgens de Inspectie van het Onderwijs wel degelijk deugt?
Het artikel bekritiseert het beoordelingsmodel van de Inspectie van het Onderwijs, waarbij de focus ligt op gestandaardiseerde toetsresultaten die slechts een beperkt beeld geven van de volledige ontwikkeling van kinderen (Karen Heij).
Deze vraag nodigt uit tot reflectie over ons beoordelingssysteem en over wat wij kwaliteit van onderwijs noemen. Evenals Martijn Van Tilburg MSc onderstreept Leve het onderwijs het belang van een holistische benadering van onderwijskwaliteit. Laten we samen het gesprek aangaan, waarbij we streven naar een beoordelingsmodel dat recht doet aan de complexiteit en diversiteit van het onderwijs!
Uw onderwijs deugt… maar de school krijgt toch een onvoldoende..
Inspectie van Onderwijs
(want OR1 voldoet niet aan de norm)
Deze conclusie trok de inspectie de afgelopen week op een van onze scholen. Ik vraag me af..
wie krijgt er hier dan eigenlijk een onvoldoende? De school… of de kinderen?
Zoals Jeroen Spanbroek al zei: “Onderwijs is geen koekjesfabriek, waar je de kwaliteit van de output
(hoe de koekjes even groot en even krokant gebakken zijn, of allemaal hetzelfde smaken),
een-op-een kunt afmeten aan de kwaliteit van de input (hoe richt ik mijn lopende bandproces zo
effectief en efficiënt in, dat de gewenste output altijd bereikt wordt)”.
En als er in de kwaliteit van die input werk aan de winkel is, ben ik de laatst om dat te ontkennen.
En met herstelopdrachten op de standaarden kan ik over het algemeen aardig uit de voeten.
Maar oprecht: Welke herstelopdracht kan er gegeven worden op OR1?
Dit alles zegt overigens niets over de kwaliteit van een inspectiebezoek, die kwaliteit is… voldoende. Maar als een school op alle standaarden een voldoende krijgt (zonder een herstelopdracht), als er letterlijk gesteld wordt dat het onderwijs op deze school deugt, maar er onderaan de streep toch ‘onvoldoende’ staat.. dan zit er iets fundamenteel fout.
En dan heb ik het dus niet over het waarderingskader, ik heb dat al vaker gezegd: dat deugt! We gebruiken het nadrukkelijk in onze zelfevaluaties, bij onze interne audits.
Het is het beslismodel, het systeem van het komen tot een oordeel, dat ik ter discussie stel.
Aantoonbaar deugdelijk onderwijs verzorgen en tegelijkertijd niet voldoen aan de norm op OR1, dat
kan in een ‘koekjesfabriek visie’ blijkbaar geen acceptabele uitkomst zijn.
In het waarderingskader staat: ‘Scholen moeten voldoende leerresultaten behalen’. En de gedachte
is dat dit een logisch gevolg is van deugdelijk onderwijs. De manier waarop dit nu met OR1 wordt vormgegeven, zegt in mijn ogen echter enkel iets over hoe kinderen bij een momentopname op een gestandaardiseerde toets op een beperkt deel van hun ontwikkeling scoren.
We weten dankzij Karen Heij al een hele tijd dat de Doorstroomtoets echt slechts een heel klein stukje beeld geeft van de vaardigheden van kinderen, versus de brede onderwijsdoelen waar we voor staan, en dat doet:
Maar bovenal is het doel van de Doorstroomtoets sortering op uitstroomniveaus voor het
vervolgonderwijs, niet het bepalen van onderwijskwaliteit van een school.
Hoe kan het dat een school enkel op dit gegeven het oordeel onvoldoende krijgt?
En nogmaals.. wie krijgt er dan eigenlijk de onvoldoende?
De kwaliteit van onderwijs wordt door zoveel meer gedefinieerd dan door hoe kinderen scoren op
een toets. Hoe sociaal vaardig kinderen leren zijn, hoe ze zich kunnen presenteren, hoe ze hun plek in
de maatschappij leren ontdekken, hoe ze mede-eigenaar van hun eigen leerproces leren zijn, hoe ze leren plannen, hun talenten leren ontdekken en ontwikkelen, hoe ze leren omgaan met succes en
met tegenslag,… het wordt allemaal niet getoetst.
We weten dit al tijden. Maar bij gebrek aan beter, pakken we er voor het gemak en voor de
vergelijkbaarheid deze toetsresultaten maar bij. Meten we wat we waarderen, of waarderen we wat
we meten? Ik denk dat er iets moet veranderen aan het beslismodel van de onderwijsinspectie. Het
wordt tijd voor beter!
Zou het niet mooi zijn als de inspectie de kwaliteit van gesprekken met kinderen zou uitbreiden in
het toezicht! Vraag hén een oordeel te geven over de kwaliteit van het onderwijs, dat kunnen ze
hoor, die kinderen.
Laat inspectie ook eens meeluisteren met ouder-kind gesprekken.
In een goed gesprek zie en hoor je de standaarden terugkomen, en worden kinderen (hopelijk) vooral
vergeleken met hun eigen (zone van de naaste) ontwikkeling. Je hoort er over veiligheid, hoge verwachtingen, aanbod en zicht op ontwikkeling.
Het is in elk geval heel wat eerlijker om ze een échte stem te geven, dan dat het is om hun
toetsresultaten op de Doorstroomtoets voor hen te laten spreken!
Volgend jaar volgt er een herstelonderzoek. Ik ben benieuwd hoe dat onderzoek eruit gaat zien.
Na afloop van het bezoek was ik even bij het team en heb ik aangegeven dat we in onze strategische
uitgangspunten stellen dat ons onderwijs moet deugen. Dat we hoge verwachtingen hebben van
kinderen en van elkaar.
Dat is het geval op deze school en dat is afgelopen week ook nadrukkelijk door de externe
toezichthouder bevestigd. Daarmee scoort de school wat mij betreft dus wel die voldoende!
Complexiteit als basis voor de academische werkplaats van Leve het onderwijs
Door Marten Elkerbout
Het manifest van Leve het onderwijs gaat over besturen vanuit de bedoeling: kinderen hebben recht op goed onderwijs. Je slaat als bestuur de plank mis als je denkt dat je greep kunt krijgen op onderwijskwaliteit (die ertoe doet) met uitgebreide bestuurlijke kaders, afspraken en protocollen, meetbare opbrengsten en data, best-practices en evidence-informed werken, enzovoort. Als je dicht op de praktijk kijkt naar wat er allemaal gebeurt in en rond een school, een groep en een kind, dan realiseer je je dat de werkelijkheid zich niet zo gemakkelijk laat versimpelen tot generieke “succesvolle aanpakken”.
Leve het onderwijs kiest ervoor om de professionals in de klas te voorzien van zoveel mogelijk gereedschap en ruimte om steeds weer te kunnen inspelen op die variëteit aan vraagstukken die zich dagelijks voordoen. Dat daar heel wat meer bij komt kijken dan het blind volgen van methodes en “effectieve interventies” is in onze ogen geen probleem, maar juist het “prachtige risico van onderwijs”, om met Gert Biesta te spreken.
Iedere leraar kent de ervaring van de perfect voorbereide les die bij de ene groep er ingaat als koek, terwijl diezelfde les in een andere setting heel anders uitpakt. Dat komt omdat onderwijs alle kenmerken heeft van een complex adaptief systeem. Dat is een systeem waarin veel invloeden op elkaar inwerken met soms onvoorspelbare uitkomsten. In het onderwijs is immers sprake van allerlei relaties tussen mensen die samen een relationeel netwerk vormen. Omdat ieder mens op zich al een complex wezen is, is het gedrag van zo’n netwerk moeilijk te beïnvloeden op een voorspelbare manier. Onderwijs is dus een open systeem, dat in verbinding staat met allerlei externe invloeden en zich daar ook nooit van af kan sluiten.
Het onderwijsproces heeft ook alle kenmerken van prachtige complexiteit. Het past zich steeds aan aan veranderingen in de omgeving, is mede daardoor altijd heel gevarieerd. Als er al causale verbanden zijn (als a dan b), dan zijn die vaak moeilijk los te zien van de context. Dus als je een causaal verband vindt (in een laboratoriumsituatie bijvoorbeeld), dan is het maar de vraag wat er gebeurt in een concrete lessituatie of wat het effect is op lange termijn.
Als je zo kijkt naar onderwijs en onderwijskwaliteit, dan krijg je veel ontzag voor de dagelijkse praktijk van de mensen die in dit systeem werken. De realisatie dat niet alles volledig voorspelbaar is, maakt het vak juist uitdagend. Heel belangrijk is dat professionals daarbij samenwerken, met elkaar, maar ook met andere experts die een andere blik op het probleem kunnen geven. In ieder geval is het goed dat je af en toe de rust neemt om goed te kijken naar wat er gebeurt en reflectief en onderzoekend in de praktijk staat. Dat geldt ook voor bestuurders.
Leve het onderwijs! onderzoekt samen met wetenschappers van de Vrije Universiteit (o.a. met professor Frédérique Six) en de Universiteit van Nijmegen (o.a. met Merel van der Wal) vanuit dit kader bijvoorbeeld onze aanpak van toetsen en onze bestuurlijke portretten. Zo denken we aan te sluiten bij onze manier van besturen, met respect voor de complexiteit van onderwijs en met vertrouwen in de mensen die het prachtige risico aangaan.
Traject ‘Stop het verplichten van toetsen’ – Drie bijeenkomsten
Wat een geweldige opkomst hebben wij ervaren bij het traject ‘Stop nu het verplichten van toetsen’! Meer dan 30 scholen uit heel Nederland zijn, onder begeleiding van Nicole Hanegraaf en haar team, met hun eigen kernteam en met elkaar binnen hun regio aan de slag gegaan met de ambitie te stoppen met de eindtoets/doorstroomtoets per 2025. Niet de toets, maar het vakmanschap van de onderwijsprofessional en de ontwikkeling van het kind centraal.
In gezamenlijkheid en in verbinding met betrokkenen (zoals ouders, voortgezet onderwijs, inspectie, wetenschappers en andere stakeholders) hebben we het over het ‘waarom’ van het stoppen met verplicht toetsen en over het ‘hoe’ en ‘wat’: wat kan en moet geleerd, hoe hebben we de ontwikkeling van ieder kind ten opzichte van zichzelf in beeld, hoe werken we van systeem naar mens- en wereldgericht onderwijs, hoe adviseren we vanuit vakmanschap?
We nemen niet alleen onze eigen ervaringen mee, maar ook inzichten uit wetenschap en onderzoek. ‘Stop nu het verplichten van toetsen’ gaat niet alleen om het daadwerkelijk stoppen met de toets, maar vraagt om bezinning: ‘waarom doen we wat we doen?’ en ‘doen we het goede?’. Gelukkig is de systeemverandering die dit van ons allemaal vraagt – en zo verankerd zit in ons denken – iets wat al meer aandacht krijgt in scholen, bij ouders en in de media.
“We hebben in ons onderwijsstelsel een totaal andere manier van toetsen nodig, waarbij kinderen nooit met elkaar vergeleken worden, maar waar altijd de eigen groei van het kind centraal staat”.
Marten Elkerbout, bestuurder Stichting Spaarnesant.
Traject 2024
Er is veel animo vanuit scholen om deel te nemen aan het nieuwe traject dat plaatsvindt in 2024. Nadat wij het eerste traject geëvalueerd hebben, gaan wij met betrokkenen het volgende traject vormgeven. Zodra er meer bekend is over data en inhoud, zal dat via mail, nieuwsbrief en via de socials gedeeld worden.
Meer informatie?
Check voor meer informatie over dit traject onze website. Er is veel informatie en wetenschappelijke onderbouwing te vinden op www.puzzeltraining.nl. Podcasts over dit onderwerp met bestuurder Marten Elkerbout, toetsexpert Karen Heij en journalist en auteur van het boekje ‘Is het voor een cijfer?’ Johannes Visser zijn ook de moeite waard om (met je team) te luisteren.
Waarom vinden we de eindtoets slecht voor kinderen?
Bekijk de informatie én het filmpje met uitleg, dat staat op www.puzzeltraining.nl, en deel het vooral!
Wij zullen één keer per kwartaal een nieuwsbrief versturen
Leve het Onderwijs! is een beweging van schoolbestuurders die geloven in een nieuwe manier van besturen. Van moeten naar mogen. Van controleren naar vertrouwen. Van ‘wat kan niet’ naar ‘wat kan wel’. Een beweging van bestuurders die bewegen van ‘doen zoals wij het altijd deden ’naar ‘werken vanuit de bedoeling’.
We delen kennis en expertise, doen (wetenschappelijk) onderzoek naar de nieuwe manier van besturen, dragen onze ervaringen uit en laten ons geluid horen bij beleidsmakers. Leve het onderwijs! is een beweging van verschilmakers in het onderwijs, die samen zorgen dat leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Doe je ook mee? Leve het onderwijs!